zwart/zilver

Op deze pagina vindt u de rasbeschrijving en de officiële rasstandaard van de Dwergschnauzer

wit

 
De Dwergschnauzer weet als kleine kerel overal respect af te dwingen, maar anderzijds legt hij voor z´n gezin een werkelijk roerende aanhankelijkheid aan de dag.
Zijn karakter is levendig en beweeglijk, zonder hierbij nerveus te zijn; goedmoedig, intelligent, waakzaam en verstandig.
Wat wel altijd bedacht moet worden, is dat de "Dwerg" geen gemakkelijke hond is als men z´n goede opvoeding verwaarloosd.
De "Dwerg" moet een baas boven zich hebben die met hem weet om te gaan, want een Schnauzer is geen doetje.
Maar voor wie er mee weet om te gaan, is het een geweldige kameraad met een gouden hart, een vriend voor het leven.
 

peper&zout pup van 7 weken

 

Daarom is het zo belangrijk om op de volgende vragen eens een duidelijk antwoord te geven:
- ben ik echt welkom?
- waar, en van wie krijg ik mijn eten?
- waar kan ik rustig liggen zonder gestoord te worden?
- wie laat mij uit?
- waar mag ik mijn plasje/ontlasting doen?
- mag ik op de bank?
- mag ik tegen je opspringen? (ook met modderpoten?)
- waar slaap ik ´s nachts?
- wat verwacht je van mij: - moet ik een waakhond zijn?
                                          - moet ik een huishond zijn?
                                           - moet ik rustig zijn in huis?
                               - moet ik blaffen als de bel gaat?
Zo kunt u zelf ook nog een aantal vragen bedenken.

Geef op al deze vragen een consequent antwoord, en vergeet hierbij niet, dat wat vandaag mag, mag morgen ook, uw hond weet immers niet beter.

CONSEQUENT, dat is het trefwoord in de opvoeding van een Dwergschnauzerpup.
Blijf maar denken aan het spreekwoord "jong geleerd, is oud gedaan".
De dingen die u de pup meteen aanleert, zijn heel belangrijk voor de rest van z´n leven.

 

Vachtverzorging


Zie hiervoor ook onze trimsalon pagina.
De vacht van de Schnauzer eist ook de nodige verzorging, de hond zal vanaf het begin elke dag gekamd en geborsteld moeten worden, des te makkelijker hij op latere leeftijd is.
Als de hond eenmaal volwassen is, dan is 2 keer in de week voldoende. Eigenlijk onmisbaar is het nieuwe stuk gereedschap: de Coat King (degene met 20 tanden), hiermee kunt u zelf de ondervacht van uw Schnauzer bijhouden. 

Natuurlijk kan het ook wel eens gebeuren dat uw hond gewoon een keer vies is, u kunt hem dan wassen met een goede hondenshampoo die bij elke betere dierenspeciaalzaak of trimsalon te koop is.

Ook de trimsalon zal minimaal 2 keer per jaar bezocht moeten worden.
Schnauzers hebben een vacht die getrimd (=geplukt) moet worden als de vacht hiervoor rijp is.
Dit kunt u zelf controleren, door voorzichtig aan een plukje rechtopstaand haar op de rug te trekken, laten de haren makkelijk los, dan kan de vacht wel eens trimrijp zijn.
Het beste is, om dit eerst door een deskundig persoon voor te laten doen.
De eerste keer dat een pup getrimd moet worden is nogal verschillend. Er zijn honden die met 4 maanden al getrimd kunnen worden, terwijl een ander met 8 maanden pas voor het eerst getrimd kan worden.
Schnauzers mogen BESLIST NIET geschoren worden!! Dit kan enorme huidproblemen opleveren, en de hond zal een zachte vacht ervoor terug krijgen. Natuurlijk zijn er altijd uitzonderingen.
 

email voor meer informatie

 

Rasstandaard Dwergschnauzer
FCI-Standaard nr. 183/ /D

Land van oorsprong: Duitsland
datum van publikatie orginele standaard: 06.04.2000
gebruik: begeleidings- en gezelschapshond
FCI classificatie: groep 2 Pinscher Schnauzer Molosser en Zwitserse Sennenhonden Sektie 1 Pinschers en Schnauzers zonder africhting

Kort historisch overzicht
Rond het jaar 1900 ontstond in de omgeving van Frankfurt am Main een Schnauzerdwerg, die toen nog ruwhaar Dwergpinscher werd genoemd. Het was geen gemakkelijke opgave, uit de verschillende verschijningsvormen, maten en types, de wirwar van harde , gekrulde, wollige en zijdeachtige vachten een hond te fokken, die in uiterlijk en in zijn karakter op zijn grote broer, de Schnauzer, moest lijken.

Algemeen voorkomen
Klein, krachtig, eerder gedrongen dan slank, elegant, de verkleinde versie van de Schnauzer, zonder de voor dwergrassen typische gebreken.

gedrag/karakter
Zijn karaktertrekken komen overeen met die van de Schnauzer en worden beïnvloed door het bij een dwerghond behorende temperament en gedrag. Schranderheid, onverschrokkenheid, uithoudingsvermogen en waakzaamheid maken de Dwergschnauzer tot een prettige huishond en ook als waak- begeleidingshond, die zonder problemen in een kleinere woning kan worden gehouden.

Hoofd
- Schedel: De schedel is krachtig en lang gestrekt, zonder al te nadrukkelijk afgetekende achterhoofdsknobbel. Het hoofd moet bij de substantie van de hond passen. Het voorhoofd is vlak en verloopt zonder rimpels parallel ten opzichte van de neusrug.
- Stop: Wordt door de wenkbrauwen duidelijk benadrukt.
- Neus: De neusspiegel is goed gevormd en altijd zwart
- Voorsnuit: Eindigt in een afgestompte wig. De neusrug is recht.
- Lippen: Zwart, strak en glad aanliggend aan de kaken, mondhoek gesloten.
- Kaken / Gebit: Krachtige boven- en onderkaak. Het volledige schaargebit (42 elementen) is krachtig, goed sluitend en zuiver wit. De kauwspieren zijn goed ontwikkeld, maar mogen niet zo sterk tonen dat de bakken de rechthoekige vorm (met baard) verstoren.
- Ogen: Middelgroot, ovaal, naar voren gericht, donker met levendige uitdrukking. Oogleden goed gesloten.
- Oren: Hangoren, V-vormig, hoog aangezet, de binnenkant tegen het hoofd aanliggend. Gelijkmatig  gedragen waarbij de parallelle vouwen niet boven de schedel mogen uitkomen.

Hals
De gespierde nek heeft een naar boven verlopende welving. De hals gaat harmonisch over in de schoft. Krachtig geplaatst, slank, edel gebogen en bij de substantie van de hond passend. De keelhuid ligt straks aan, zonder plooien.

Lichaam
- Schoft: Vormt het hoogste punt van de rug.
- Bovenbelijning: Van de schoft naar achteren, licht hellend verlopend.
- Rug: Krachtig, kort en stevig.
- Lendenen: Kort, krachtig en diep. De afstand van de laatste rib tot aan de heup is kort, waardoor de hond een gedrongen verschijning heeft.
- Bekken: Licht afgerond, vloeiend overgaand in de staartaanzet.
- Borst: Matig breed, in doorsnee ovaal, tot de elleboog reikend. De voorborst wordt door het borstbeen duidelijk markant gevormd.
- Onderlijn en buik: Flanken niet bovenmatig opgetrokken, met de onderzijde van de ribbenkast een mooie gebogen lijn vormend.

Staart: Natuurlijke staart

Ledematen

voorhand
- Algemeen; de voorbenen zijn van voren bezien, stevig, recht en niet nauw gesteld. De onderarmen staan, van opzij gezien, recht.
- Schouders: Het schouderblad ligt stevig tegen de ribbenkast aan, is aan beide kanten van het schouderblad goed gespierd en steekt boven de doornuitsteeksels van de rugwervels uit. Zo schuin en goed teruggelegen als mogelijk bedraagt de hoek tot de horizontaal ongeveer 50°.
- Opperarm: Goed aanliggend, krachtig en gespierd, hoek tot het schouderblad ongeveer 95-105°.
- Ellebogen: Goed aanliggend, noch naar binnen, noch naar buiten uitdraaiend.
- Onderarm: Van alle kanten bezien volledig recht, krachtig ontwikkeld en goed bespiert.
- Polsgewricht: Krachtig, stabiel, slechts onmerkbaar van de structuur van de onderarm afwijkend.
- Voormiddenvoet: Van voren bezien loodrecht, van opzij bezien iets schuin geplaatst krachtig en licht verend.
- Voeten: Kort en rond, tenen nauw tegen elkaar aan liggend en gewelfd (katvoet), met korte, donkere nagels en stevige voetzolen.

Achterhand
- Algemeen; Van opzij bezien schuin geplaatst, van achteren bezien parallel verlopend, niet nauw gesteld.
- Bovenbeen: Matig lang, breed en krachtig gespierd.
- Knie: Noch naar binnen, noch naar buiten geplaatst.
- Onderbeen: Lang en krachtig, pezig, overgaand in het krachtig spronggewricht.
- Spronggewricht: Duidelijk gehoekt, krachtig, stabiel, noch naar binnen, noch naar buiten gericht.
- Achtermiddenvoet: Kort en staat loodrecht op de bodem.
- Voeten: Tenen kort, gewelfd en nauw tegen elkaar aan liggend, nagels kort en zwart.

Gangwerk
De gang is elastisch, elegant, wendbaar, vrij en met ruime tred. De voorbenen grijpen zover mogelijk uit, de achterhand geeft ver uitgrijpend en verend de nodige stuwkracht. Het voorbeen van de ene en het achterbeen van de andere zijde worden gelijktijdig naar voren geplaatst. Rug, spierbanden en gewrichten zijn vast.

Huid
Structuur: Het haar moet draadachtig hard zijn en dicht ingeplant. Het bestaat uit een dicht onderwol en het in geen geval te korte dekhaar, dat goed aanligt. Het dekhaar is ruw, lang genoeg om de textuur aan te kunnen tonen en is noch ruig, nog golvend. Op de schedel en aan de oren kort. Als typisch kenmerk geldt een niet te zachte baard aan de voorsnuit en borstelige wenkbrauwen, die de ogen licht overschaduwen.

 

zwart
Dwergschnauzer zwart

zwart/zilver
Dwergschnauzer zwart/zilver

wit
Dwergschnauzer wit

peper & zout
Dwergschnauzer peper&zout

 

Voor de peper en zout geldt als fokideaal een gemiddelde schakering van gelijkmatig over het lichaam verdeelde goed gepigmenteerde pepering en grijze onderwol. Toegelaten zijn de kleurnuances van donker ijzergrauw tot zilvergrijs. Bij alle kleurnuances behoort een donker masker, dat de uitdrukking accentueert. Duidelijk lichte aftekeningen aan het hoofd, op de borst en aan de benen zijn ongewenst.

Voor de zwart/zilver geldt als fokideaal zwart dekhaar met zwarte onderwol, witte aftekeningen boven de ogen, aan de bakken, aan de baard, aan de keel, aan de voorzijde van de borst twee aparte driehoeken, aan de middenvoet van de voorbenen, aan de voeten, aan de binnenzijde van de achterbenen en rond de anus. Schedel en buitenkant van de oren moeten zwart zijn.

Grootte en gewicht
Schofthoogte: Reuen en Teven tussen 30 en 35 cm. Gewicht: Reuen en Teven ongeveer 4,5 tot 7 kilo.

Fouten
Iedere afwijking van de boven genoemde punten moet als fout worden aangemerkt en de beoordeling van de ernst van de fout moet in verhouding staan tot de mate waarin de fout zich voordoet.

In het bijzonder:
- Zware of ronde schedel
- Gerimpeld voorhoofd
- Korte, spitse of smalle voorsnuit
- Tanggebit
- Te sterk ontwikkelde bakken of jukbeenderen
- Lichte, te grote of ronde ogen
- Laag aangezet of zeer lange oren, verschillend gedragen
- Losse keelhuid
- Wammen, hertenhals
- Te lange, opgetrokken of zwakke rug
- Karperrug
- Afvallend bekken
- Naar het hoofd gekeerde staartaanzet
- Lange voeten
- Pasgang
- Te kort, te lang, zacht, golvend, ruig, zijdeachtig haar
- Bruine onderwol
- Bij peper en zout kleurige: aalstreep of zwart zadel
- Bij zwart/zilver: niet zuiver van elkaar gescheiden driehoeken
- Boven of ondermaat tot 1 cm

zware fouten
- Plompe of lichte, laaggestelde of hoogbenige bouw
- Omgekeerde geslachtsverschijning (bijv. reuachtige teef)
- Naar buiten draaiende ellebogen
- Steile of nauwe voorhand
- Te lang onderbeen
- Naar binnen gedraaid spronggewricht
- Te korte achtermiddenvoet
- Wit of gevlekte beharing bij de kleuren zwart / peper en zout
-  Gevlekte beharing bij de kleuren zwart/zilver en wit
- Boven of ondermaat van meer dan 1 cm en minder dan 2 cm

Diskwalificerende fouten
- Misvorming van welke aard ook
- Gebrekkig type
- Gebitsfouten zoals bovenvoorbeet, ondervoorbeet, kruisgebit
- Grote fouten in de onderscheiden onderdelen als lichaamsfouten, vacht- of kleurfouten
- Schuw, agressief, boosaardig, overdreven wantrouwig, nerveus gedrag

NB. Reuen moeten duidelijk twee normaal ontwikkelde teelballen hebben, die geheel in het scrotum zijn ingedaald.

 

start